Wat is de geheime kracht van de melancholie?

In de lente van 1819 schrijft de dichter John Keats zijn Ode on Melancholy. Een ode? Maar melancholie is toch een gemoedstoestand die je liever achter je wilt laten, om snel over te gaan naar een lichtere stemming?

Toen ik werkte aan het boek en een tentoonstelling over de kunstenaar Armando, onderzocht ik de belangrijke rol van de melancholie in zijn werk. En zo ontstond de uitgave Armando en de melancholie van het scheppen.

Het bracht mij op het idee om Maarten Doorman te vragen om voor die gelegenheid het intrigerende gedicht van Keats in het Nederlands te vertalen.

Het tweede vers uit zijn Ode op de Melancholie:

Maar waar melancholie zich gelden doet

 En uit de hemel als een wolk haar tranen spilt

Die bloemen met hun hangend kopje voedt,

De heuvel groen in sluiers van april verhult;

Smaak daar uw pijn bij een bedauwde roos,

Of bij de glinstering op het gerimpeld strand,

   Of bij pioenen, weelderig en dik;

Of stel, uw liefste maakt zich rijkelijk boos,

  Laat haar dan tieren, vang haar zachte hand,

En zwelg diep, diep in haar weergaloze blik

De melancholie blijkt een ondergrondse kracht te zijn, en bijna onmisbaar in het creatieve proces.

Aristoteles is de eerste die dit onderzoekt in zijn werk Over melancholie. Hij ontdekt een geheimzinnige relatie tussen de ‘zwartgalligheid’ of het ‘zwart zien’ en mensen die uitblinken. Hij vindt voorbeelden in het bestuur, de politiek en de diverse kunsten. Lukt het hen ondanks of dankzij de melancholie om boven zichzelf uit te stijgen?

In mijn collegeserie Ode aan de melancholie onderzoek ik samen met u de melancholie niet als een te vermijden stemming maar als een positieve, creatieve kracht. In de filosofie, de kunsten én het leven. Dit doen wij op een bijzondere manier. Wij ontmoeten de filosofen, schrijvers/dichters en kunstenaars in verschillende gedaanten. We ontdekken welke vorm ze vinden om wat zij willen te bereiken, bijvoorbeeld als kluizenaar, reiziger of buitenstaander.

Wat levert de kracht van de melancholie hen op? Wat kunnen wij daarvan leren?

We bespreken daarbij voorbeelden uit het werk van filosofen, dichters en schrijvers en kunstenaars. We maken gebruik van tekstfragmenten en beeldpresentaties. Zo ontmoeten we bijvoorbeeld de filosofen Arthur Schopenhauer en Anne Dufourmantelle, schrijvers Jan Jacob Slauerhoff en Ingeborg Bachmann, dichters Rainer Maria Rilke en Sylvia Plath, en de kunstenaars Anselm Kiefer en Louise Bourgeois.

Durft u het aan om u, samen met mij, te verdiepen in de geheime kracht van de melancholie?

Inschrijven: https://vu.nl/nl/onderwijs/hovo-amsterdam/cursussen-opleidingen/cursus-ode-aan-de-melancholie-als-creatieve-kracht

Laat u ook aan mij weten wanneer u naar de najaarscolleges in Amsterdam komt, of wanneer u zich al ingeschreven hebt, of wanneer u belangstelling heeft.

Want op dinsdag 30 augustus a.s. verzorg ik tussen 10 en 11 uur een sneak-preview via zoom. Ik introduceer Ode aan de melancholie in de vorm van een mini-college en u kan mij vragen stellen over dit thema en de literatuur.

Reserveren mini-college: U kunt uw plaats voor dit mini-college kosteloos reserveren via: katjarodenburg@antheia.nl onder vermelding van ‘mini-college’ en de datum in de onderwerpregel.

Vragen of opmerkingen? Stel uw vraag per mail of bel mij: 06-38280926

Graag eerst even testen? U kunt ook met mij een afspraak maken voor een proef-zoomontmoeting

In ieder geval,

Tot ziens,

Met vriendelijke groet, Katja Rodenburg

Hoe verander je van een muze in een maker?

Het is prachtig weer. Tijd om te ontspannen. Gustav Klimt laat zich bij de villa aan het meer fotograferen, samen met mode-ontwerper Emilie Flöge. De schilder heeft zijn karakteristieke kaftan aan, de schouders zijn geborduurd met krullende motieven. Lachend kijkt hij naar Emilie.

Zij straalt in haar eigen creatie, met een gewaagd patroon van witte en zwarte strepen, afgezet met stroken die bestaan uit een schaakbordmotief. Dan spreidt ze haar armen uit en zien we het onverwachte effect van de zeer grote vleermuisarmen.

Klimt en Flöge koesteren jarenlang hun vertrouwelijke, intieme relatie. Zij vinden elkaar in de manier waarop ze naar hun eigen tijd kijken, inspireren elkaar in hun dagelijkse praktijk van het kunst maken.

Het is een onderwerp wat mij al langer boeit. Hoe gaat dat eigenlijk, dat werken van twee kunstenaars in wederzijdse aandacht, bewondering, in hoogte- en dieptepunten?

Mijn onderzoek begon pas echt vorm te krijgen bij het schrijven van mijn boek Ik, Ophelia en het maken van de bijbehorende tentoonstelling in het Van Gogh Museum. In het boek schets ik hoe het model voor het beroemde schilderij Ophelia, Elizabeth Siddall, zichzelf verder ontwikkelt in haar relatie met de schilder Dante Gabriel Rossetti. En hoe dit verder resoneert in het werk van moderne hedendaagse kunstenaars.

Lange tijd stappen de meeste vrouwen alleen als muze, model en minnares over de drempel van het atelier. Siddall is een voorbeeld van hoe dat vanaf het midden van de 19e eeuw steeds meer verandert. De vrouw gaat zichzelf rechtstreeks uitdrukken in de kunst.

Dit gaat niet vanzelf. Daar moet je wat voor over hebben. En als je in een relatie met een andere kunstenaar terecht komt, verandert de dynamiek opnieuw. Hoe beïnvloedt het perspectief op de kunst van de een het kunstproces van de ander?

Hoe dit kan gaan we onderzoeken in een serie van vier zomercolleges met beeldpresentaties die ik begin juli geef bij de Vrije Universiteit Amsterdam/ HOVO.

Aan de hand van vier paren: Elizabeth Siddall en Dante Gabriel Rossetti, Leonora Carrington en Max Ernst / Dorethea Tanning en Max Ernst, Barbara Hepworth en Ben Nicholson. Als co-referent laat ik Patti Smith commentaar leveren. Zij heeft haar samenwerking met Robert Mapplethorpe buitengewoon beschreven in haar autobiografische boek ‘Just Kids’.

En natuurlijk gaan we dieper in op de bijzondere relatie tussen Klimt en Flöge. Een mooie opmaat naar de grote tentoonstelling komend najaar rond Klimt in het Van Gogh Museum. We bespreken de werken die te zien zullen zijn in samenhang met Emilie Flöge en haar invloed. Met het portret dat Klimt maakte van haar als stralend middelpunt.

Inschrijven: https://vu.nl/nl/onderwijs/hovo-amsterdam/cursussen-opleidingen/cursus-van-muze-tot-maker

In ieder geval,

Tot ziens,

Katja Rodenburg

Blik op de wereld, in het hart van ons bestaan

Richard Kendall, John Leighton Van Gogh’s Van Goghs (Abrams)

De Grieken, die de geheime leer van hun wereldbeschouwing in hun goden uitspreken en tegelijkertijd verzwijgen, hebben als dubbele bron van hun kunst twee godheden opgesteld, Apollo en Dionysus.

Dit schrijft Friedrich Nietzsche in 1870, wanneer hij al volop aan het nadenken is over de thema’s die gaan leiden tot zijn eerste boek. Vanaf dit moment zijn de termen het apollinische en het dionysische niet meer van het toneel verdwenen in het denken over de band tussen de kunst en het leven.

Steeds weer spreekt de filosoof over de strijd die deze twee driften – ‘bijna altijd in oorlog’ – met elkaar leveren en hoe ze in deze krachtmetingen de kunst en het leven voortbrengen.

In deze tijd moet ik vaak denken aan de waarde en de kracht van kunst. En hoe we de neiging hebben om cultuur vooral weerspiegeld te zien in de vorm van oude gebouwen, kerken, schilderijen. Ja, eigenlijk dus in materie, steen, hout, linnen, stof, met verf, kleur, pigmenten. De kwetsbaarheid van de kunst is groot. Dat willen we graag beschermen.

Maar er is ook nog een onderlaag, een denken in ideeën en een blik op de wereld. De onzichtbare voedingsbodem van kunst en cultuur, die samen met een eveneens onzichtbaar netwerk zorgt dat er dingen blijven groeien en ontstaan. Door de weerstand en rotsbodem heen. Ook dit vraagt aandacht. Alleen wij kunnen hiervoor zorgen, dit kan alleen uit onszelf komen.

In de lezing De dionysische gedachte – kunst en cultuur in het hart van ons bestaan onderzoeken we hoe dit werkt aan de hand van twee nagelaten, korte essays van Nietzsche: De dionysische wereldbeschouwing (Die dionysische Weltanschauung) en De geboorte van de tragische gedachte/ het tragische denken ( Die Geburt des tragischen Gedankens). *

We proberen de verborgen, geheime dimensie van dit denken te doorgronden en mee te nemen naar onze eigen tijd. Daarbij komen we te spreken over de visie op de betekenis van kunst van Lev Tolstoj. Hij wijst ons er fijntjes ook op dat het voor ons gewoon niet mogelijk is om zonder kunst te bestaan.

Dionysos is de god van de allesoverweldigende vitale krachten. Laten we de beginnende lente samen met hem vieren.

Inschrijven: via mail naar katjarodenburg@antheia.nl

Online live lezing per zoom op zondag 10 april van 10.15 – 12.00, inloop v.a. 09.55 u

Vragen Bij de lezing is er gelegenheid om vragen te stellen

Link lezing U ontvangt de link naar de ONLINE LIVE -lezing via Zoom op zondag 10 april voor 9.00 u.

Hand-out Enkele dagen voor de lezing ontvangt u een hand-out met de citaten in resp. Duits (Nietzsche) en Engels (Tolstoj). Tijdens de lezing worden deze tekstfragmenten in het Nederlands toegelicht.

Entree online-lezing: 18,00 (incl.btw)

● Bij de bevestiging van inschrijving ontvangt u de betaalgegevens.

*Deze nagelaten essays zijn helaas niet verkrijgbaar in het Nederlands.

Katja Rodenburg is filosoof, denkt na over kunst en geeft colleges esthetica en kunstfilosofie. Vanuit deze achtergrond maakte zij als tentoonstellingen curator diverse tentoonstellingen (o.a. in het Armando Museum, Van Gogh Museum, Cobra Museum). Zij is vooral geïnteresseerd in het proces van het maken, en in de raakvlakken met het proces van het denken. Zij schreef eerder onder andere Ik, Ophelia,  over kunstenaars als John Everett Millais en Julia Margaret Cameron, Rineke Dijkstra en Helen van Meene en Armando en de melancholie van het scheppen, over de filosofische thema’s van de kunstenaar. Meer op: www.antheiablossoms.blog

https://www.linkedin.com/in/katja-rodenburg-83288b7/

Mens en/of Beest?

Het museum lijkt leeg, het moet tegen sluitingstijd zijn. Ik loop door de grote ruimtes van Fondation Beyeler in Basel. Het licht stroomt naar binnen door de grote ramen.

Ik passeer het ene grote werk na het andere. Als iconen hangen ze daar, zacht glanzend maar stil. Mijn hakken klinken hard op de vloer, ik probeer wat zachter te lopen.

Dan sla ik een hoek om. Het licht is nu minder fel geworden. Het schilderij verschijnt voor mij, op een paar meter afstand. Het heeft zich losgemaakt van de muur. Het werk zweeft. Ik weet niet wat ik zie, maar het werk ademt. Het leeft.

Een paar dagen geleden opende de tentoonstelling Man and Beast in de Royal Academy in London. Het werk van Francis Bacon is eerder intens dan dat het concessies doet aan de toeschouwer.

De kunstenaar onderzoekt het menselijk lichaam, maar heeft net zo’n grote belangstelling voor dieren. Gefascineerd door hun kracht en beweging verzamelt hij veel beeldmateriaal: van foto’s van safari’s en skeletten van dode olifanten in Afrika tot de analyses en onderzoekfoto’s van Eadweard Muybridge.

Deze beelden vinden in allerlei vormen hun weg in zijn werk. Ze belichten onverwachte kanten van de verhouding tussen ons en het dier. Waar eindigt de een en begint de ander? Door dieren en ‘beesten’ in hun kwetsbaarheid, kracht en ongemakkelijkheid te laten zien, confronteert Bacon ons ook met onze eigen natuur.

Wie zijn wij? Wat betekent dat eigenlijk, mens-zijn? En hoe ziet dat er uit?

In de lezing Mens en/of Beest? Francis Bacon en Georges Bataille stellen we deze vragen aan de hand van het werk van Francis Bacon en de filosoof Georges Bataille. Daarbij maken we gebruik van het nieuwste onderzoek op dit gebied. Zoals dat bijvoorbeeld in het recente boek Francis Bacon – Revelations wordt toegelicht.*

Aan de hand van een specifieke selectie van de kunstwerken uit de tentoonstelling  Man and Beast en uit het overige werk van Francis Bacon ontdekken we de diepere lagen van deze werken. De Franse filosoof Georges Bataille ontwikkelt geheel eigen ideeën over de grens tussen mens en dier en hoe wij deze scheiding voelen en onderdrukken. Zijn ervaring werpt een nieuw licht op wat Bacon ons met zijn beeld wil laten waarnemen.

Nog altijd kan ik geen werk van Bacon zien zonder even te denken aan die keer in het lege museum. Zonder die zelfstandige aanwezigheid te voelen. In plaats van een stuk doek, met hier en daar wat kleur.

Inschrijving: via mail naar katjarodenburg@antheia.nl

Online live lezing per zoom op zondag 27 februari van 10.15 – 12.00, inloop v.a. 10.00 u

Vragen Bij de lezing is er gelegenheid om vragen te stellen

Link lezing U ontvangt de link naar de ONLINE LIVE -lezing via Zoom op zondag 27 februari voor 9.00 u.

Digitaal dossier Enkele dagen na de lezing ontvangt u een bijpassend kort digitaal dossier per mail

Entree online-lezing: 18,00 (incl.btw)

● Bij de bevestiging van inschrijving ontvangt u de betaalgegevens.

*Het boek is in het Nederlands verschenen onder de titel Francis Bacon: Openbaringen bij Spectrum

Katja Rodenburg is filosoof, denkt na over kunst en geeft colleges esthetica en kunstfilosofie. Vanuit deze achtergrond maakte zij als tentoonstellingen curator diverse tentoonstellingen (o.a. in het Armando Museum, Van Gogh Museum, Cobra Museum). Zij is vooral geïnteresseerd in het proces van het maken, en in de raakvlakken met het proces van het denken. Zij schreef eerder onder andere Ik, Ophelia,  over kunstenaars als John Everett Millais en Julia Margaret Cameron, Rineke Dijkstra en Helen van Meene en Armando en de melancholie van het scheppen, over de filosofische thema’s van de kunstenaar. Meer op: www.antheiablossoms.blog

Afstand houden … om dichterbij te komen?

Was suche ich in dieser Gesellschaft, mit der ich seit zwanzig Jahren keinen Kontakt haben wollte, und die ihren Weg gegangen ist, wie ich den meinigen?

uit: Holzfällen (Houthakken)

In 1965 koopt schrijver Thomas Bernhard een vervallen boerderij, een ‘Vierkanthof’, in Ohlsdorf, Oostenrijk. De komende tien jaar zal de schrijver het complex verbouwen. Hij wil een ware denk – en schrijf ‘kerker’ inrichten, waar hij ongestoord in zijn eigen vormgegeven ambiance zijn werk kan uitvoeren.

Nu zit op het erf halfbroer Peter Fabjan samen met de interviewer op een bankje. Er komt heel wat voorbij, in dit toch maar korte gesprek van een kwartiertje. Het is duidelijk dat het niet eenvoudig was om met Thomas Bernhard de schrijver om te gaan. Zeker niet wanneer je zijn jongere broer bent.

Een niet te overbruggen distantie. Van iemand die steeds weer bewijzen verlangt van je loyaliteit. Ik volg het gesprek maar mijn gedachten dwalen af. Of blijven haken zo je wilt. Deze afstand tot je ‘naasten’, tot de wereld, is dit niet iets dat fundamenteel is voor zijn schrijfpraktijk?

Lees verder

Caspar David Friedrich voelt het landschap

Niet veel mensen weten dat op het bekende schilderij Monnik aan zee (1808-1810) ooit een stuk meer te zien was dan nu. Eerst schildert Friedrich enkele schepen op zee. Maar wanneer hij naar het doek kijkt is hij niet tevreden. En dan neemt hij een moedige beslissing: hij laat de schepen verdwijnen. De zee wordt de hoofdpersoon. De monnik blijft alleen achter op het strand. Klein en nietig, in een weidse ruimte van lucht, water en aarde. Wij kijken en voelen. Net als hij ervaren wij de intense aanwezigheid van de natuur.

Dit schilderij is meer dan wat het afbeeldt. Het komt overeen met de ervaring van onszelf als toeschouwer in de moderne wereld, een ervaring dit toen begon. Wij zijn alleen terwijl we tegenover het immense van het universum staan. Het is alsof de geheimen van de religie en het ritueel de kerk hebben verlaten. Ze bevinden zich nu ergens in de natuurlijke wereld. Ze laten zich alleen in de machtige natuur zien.

De moderne wereld gaat verder. En Friedrich is op zoek naar een manier om zijn ervaring van het heilige, het sacrale, het ‘dat wat je niet kan benoemen’ weer te laten plaatsvinden.

Lees verder

Een kamer met uitzicht voor Friedrich Nietzsche

Iets meer dan twintig jaar geleden sta ik in een eenvoudige kamer. Een bed, een paar stoelen, een tafel. Brede planken vormen de wand. Ik luister. Het is stil. Alleen de machtige natuur, de bergen en het meer, laten zich voelen. Dan schijnt de late middagzon door het raam.

Ik was al in de kamer van Goethe geweest. En naast het bureau van Schiller zag ik dat hij zelf sierlijk de titels op zijn gekafte boeken had geschreven.

Deze keer was het anders. Dit is een kamer om te werken én om te leven. Hoog in de bergen, vanuit een wereld die bestaat voordat andere mensen zich laten zien.

In de zomer van 1884 leest Nietzsche zijn eigen werk, alle boeken die hij  heeft geschreven, van De geboorte van de tragedie tot Aldus sprak Zarathustra. Het is bijna zijn veertigste verjaardag. Wat gaat hij de komende jaren doen?

Lees verder

Het poëtische weten – María Zambrano en het andere denken

‘We wilen een goed leven, maar jagen alleen na wat meetbaar is’, stelde laatst een socioloog vast in de krant. We willen de wereld naar onze hand zetten en controleren, zeker in onzekere tijden als deze. Maar zo vergeten we dat we zelf ons contact met de wereld levend moeten houden. Op een andere manier, niet alleen met ons verstand.

De Spaanse filosoof María Zambrano (1904-1991) ontdekt dit al tijdens haar studie. Er is zoveel meer dan de rede van de traditionele filosofie. Wij denken niet alleen, we voelen, we verlangen, we lijden, we hebben dromen, we mijmeren. Hoe kon deze pijnlijke scheiding tussen de ratio en het hart ontstaan? Op welke manier kunnen wij toch schrijven en kunst maken?

Lees verder

Van lijden tot leiden: wat te doen?

Marcus Aurelius Persoonlijke notities

‘De mensen zoeken een plek om zich terug te trekken, op het platteland, aan zee, in de bergen -en gewoonlijk wil je dat zelf ook maar al te graag-. Maar dan begrijp je absoluut niets van filosofie. Nergens kan een mens zich immers rustiger en ongestoorder terugtrekken dan in zijn eigen ziel, vooral als hij in zijn binnenste zulke vaste overtuigingen heeft dat hij, zodra hij zich daarin verdiept, zich meteen volkomen gerust voelt’

Marcus Aurelius, de filosoof die keizer werd, weet waar hij het over heeft. Hij schrijft zijn Persoonlijke notities in zijn legertent, terwijl hij in moeilijke omstandigheden aan de grenzen van het Romeinse rijk bivakkeert. Elke nieuwe dag brengt weer nieuwe dilemma’s, elke dag moet hij snel zijn stevige beslissingen uitvoeren.

Marcus Aurelius is één van die filosofen die een handboek, een dagboek, een handleiding of een pamflet nalaten. Deze geschriften zijn persoonlijk en bevatten de kern van hun advies voor ons, de lezers die eeuwen na hen blijven komen. Deze volgende generaties zullen net als zij blijven worstelen met de uitdaging die het leven heet, in allerlei vormen.

Of je nu als leider mensen in goede banen wil leiden of je eigen leven zo veel en rijk mogelijk wil ervaren, levensvragen gelden voor beiden: hoe ga je om met onzekerheid en ongemak, met verandering, bloei en mogelijkheid?

Lees verder

Wat zie je als je in de spiegel kijkt?

De laatste dagen ging het weer veel over het verschil tussen hoe iets aan ons verschijnt en hoe iets in de werkelijkheid is. En over dat het heilzaam is om eens even in de spiegel te kijken. Maar, wat zie je dan?

Toen ik studeerde aan de universiteit bleek mijn blik steeds weer te vallen op het begrip mimesis. Op een dag vind ik de dunne bundel essays van filosoof en hoogleraar Samuel IJsseling. Hij doet een gedurfde aanzet om dit grondbegrip uit de Oudheid opnieuw te duiden. Hij brengt het in verband met onze tijd, met onze kunst en literatuur, maar ook met onze identiteit.

Ik blader nu in het boekje en lees opnieuw: in de mimesis ontdekt en onthult de mens zichzelf en de werkelijkheid.

Zo’n krachtig instrument wat de filosofen en andere mensen hanteren wil je natuurlijk beter leren kennen. Eenvoudig is het niet. IJsseling merkt in de inleiding op dat elke vertaling van het woord mimesis* weer nieuwe problemen oproept. Hij legt de vinger op het raadselachtige en ongrijpbare hiervan.

Lees verder